Allergieën zijn een veelvoorkomende oorzaak van chronische huidproblemen bij zowel honden als katten. Ze ontstaan door een overreactie van het immuunsysteem op normaal onschuldige stoffen, zoals omgevingsallergenen of voedingsbestanddelen. Hoewel de onderliggende mechanismen vaak gelijkaardig zijn, verschillen voorkomen, symptomen en aanpak regelmatig tussen honden en katten.
Soorten allergieën
Atopische dermatitis (omgevingsallergie)
Atopische dermatitis is een chronische, inflammatoire huidaandoening waarbij dieren reageren op allergenen zoals pollen, huisstofmijt en schimmels. Een defect in de huidbarrière en een ontregeling van het immuunsysteem spelen hierbij een centrale rol. Interleukine-31 (IL-31) is een belangrijke mediator in het ontstaan van jeuk.
Hond
Bij honden is atopische dermatitis een van de meest voorkomende allergische aandoeningen. De symptomen ontwikkelen zich vaak op jonge leeftijd en vertonen een chronisch, recidiverend verloop. De rol van IL-31 in de pathogenese van jeuk is goed gedocumenteerd, wat de basis vormt voor gerichte therapieën.
Kat
Bij katten wordt eerder gesproken van het feline atopisch syndroom, omdat de aandoening zich minder eenduidig presenteert. De onderliggende mechanismen zijn vergelijkbaar, maar de klinische uiting is variabel. Hierdoor is de diagnose vaak complexer en gebaseerd op het uitsluiten van andere oorzaken.
Voedselallergie
Voedselallergie is een immuungemedieerde reactie op bestanddelen in de voeding, zoals rund, kip, vis, zuivel of bepaalde granen.
Hond
Bij honden komt voedselallergie minder frequent voor dan atopie. De symptomen zijn voornamelijk dermatologisch en kunnen sterk lijken op atopische dermatitis, wat het onderscheid zonder dieetproef bemoeilijkt.
Kat
Bij katten is voedselallergie een belangrijke differentiaaldiagnose bij huidproblemen. Naast dermatologische klachten komen gastro-intestinale symptomen zoals braken en diarree relatief vaker voor dan bij honden.
Vlooienallergie (vlooienallergiedermatitis)
Deze allergie ontstaat door een overgevoeligheidsreactie op antigenen in het speeksel van vlooien.
Hond
Bij honden uit vlooienallergie zich vaak in hevige jeuk, vooral ter hoogte van de rug en staartbasis. Secundaire huidinfecties komen frequent voor.
Kat
Bij katten is vlooienallergie een van de meest voorkomende allergische aandoeningen. De presentatie kan variëren van miliaire dermatitis (korstjes) tot symmetrisch haarverlies of overmatig wassen, vaak zonder dat eigenaars vlooien waarnemen.
Klinische symptomen
Jeuk (pruritus) is het belangrijkste symptoom van allergieën, maar de uiting ervan verschilt duidelijk tussen honden en katten.
Hond
- Krabben, likken en bijten
- Roodheid en huidontsteking
- Terugkerende oorontstekingen
- Haarverlies
- Secundaire bacteriële of gistinfecties
Kat
- Overmatig likken en wassen
- Symmetrisch haarverlies
- Miliaire dermatitis (korstjes)
- Eosinofiel granuloom complex (lipulcera, plaques, noduli)
- Hoofd- en halsjeuk
Door deze variabele presentatie zijn allergieën bij katten vaak moeilijker te herkennen en vereisen ze een systematische diagnostische aanpak.
Diagnostiek
Een correcte diagnose is essentieel voor een gerichte behandeling. De eerste stap bij verdenking van voedselallergie is meestal een strikt eliminatiedieet. Indien nodig kan aanvullende serologische screening gebruikt worden om zowel omgevingsallergieën als voedselgerelateerde reacties verder te evalueren.
Eliminatiedieet
Bij zowel honden als katten blijft een eliminatiedieet de gouden standaard voor het bevestigen van voedselallergie.
- Gebruik van een gehydrolyseerde voeding of een voeding met een nieuwe eiwitbron
- Strikte duur van zes tot acht weken
- Geen andere snacks, tafelresten of supplementen tijdens de testperiode
- Gevolgd door een provocatietest om het verband met de symptomen te bevestigen
Serologische testen worden steeds geïnterpreteerd in combinatie met klinische symptomen, anamnese en de resultaten van het eliminatiedieet.
Serologische voedingsscreening (ELISA)
Deze bloedtest detecteert antilichamen tegen verschillende voedingscomponenten en kan ondersteunen bij het identificeren van mogelijke voedselallergenen bij zowel honden als katten.
Serologische omgevingsallergie-screening
Deze bloedtest wordt gebruikt voor het opsporen van gevoeligheid voor omgevingsallergenen en vormt een basis voor verdere behandeling, zoals immunotherapie.
Behandeling
Allergieën zijn doorgaans chronisch en vereisen een langdurige, individuele en multimodale aanpak.
Medicamenteuze behandeling bij atopie
Hond
Lokivetmab (injectie)
Een monoklonaal antilichaam gericht tegen IL-31, specifiek ontwikkeld voor honden. Het onderbreekt gericht het jeuksignaal zonder brede immunosuppressie en heeft een werkingsduur van vier tot acht weken.
Oclacitinib (tablet)
Een orale Januskinase (JAK)-remmer die snel jeuk en ontsteking vermindert.
Kat
Voor katten zijn deze therapieën beperkter beschikbaar:
- Oclacitinib (tablet) kan in geselecteerde gevallen off-label worden toegepast
- Corticosteroïden (tablet of injectie) zijn vaak effectief en worden frequent ingezet
- Ciclosporine (capsule of drank) is een belangrijk alternatief voor langdurige behandeling
Dieettherapie
Hond en kat
- Eliminatiedieet met gehydrolyseerde of nieuwe eiwitbron
- Duur van minimaal zes tot acht weken
- Gevolgd door een provocatietest
Bij katten vereist dit vaak extra begeleiding om een strikte naleving te garanderen.
Aanvullende maatregelen en supplementen
Hond en kat
- Strikte vlooienpreventie
- Behandeling van secundaire infecties
- Huidverzorging (shampoos, sprays)
- Immunotherapie op basis van allergiescreening
- Ondersteunende supplementen met essentiële vetzuren (omega-3 en omega-6) ter ondersteuning van de huidbarrière en vermindering van ontstekingsreacties
- Supplementen met palmitoylethanolamide (PEA) ter ondersteuning van de huid en vermindering van jeuk
- Supplementen met biotine, zink en ceramiden ter ondersteuning van huid- en vachtkwaliteit
- Probiotica kunnen ondersteunend werken bij dieren met voedselovergevoeligheid of een verstoorde darm-huidas
- Voorbeelden van supplementen die ondersteunend kunnen ingezet worden bij huidproblemen zijn Redonyl® Ultra 50 mg en Coatex®. Deze capsules kunnen gebruikt worden bij zowel honden als katten.
Conclusie
Allergieën bij honden en katten zijn complexe, chronische aandoeningen met een belangrijke impact op de levenskwaliteit. Hoewel de onderliggende mechanismen vergelijkbaar zijn, verschillen de klinische presentatie en aanpak duidelijk tussen beide diersoorten. Bij katten is de diagnose vaak uitdagender door de variabele symptomen, terwijl bij honden meer gestandaardiseerde behandelopties beschikbaar zijn.
Een combinatie van gerichte diagnostiek, aangepaste therapie en regelmatige opvolging maakt het mogelijk om de symptomen effectief onder controle te houden en het welzijn van het dier te verbeteren.
Referenties
European Medicines Agency. (2023). Oclacitinib: EPAR – Product information. Geraadpleegd van https://www.ema.europa.eu
European Medicines Agency. (2023). Lokivetmab: EPAR – Product information. Geraadpleegd van https://www.ema.europa.eu
Gonzales, A. J., Humphrey, W. R., Messamore, J. E., Fleck, T. J., Fici, G. J., Shelly, J. A., ... & Fuller, T. E. (2014). Interleukin-31: Its role in canine pruritus and naturally occurring canine atopic dermatitis. Veterinary Dermatology, 25(1), 48–e14.
Olivry, T., DeBoer, D. J., Favrot, C., Jackson, H. A., Mueller, R. S., Nuttall, T., & Prélaud, P. (2015). Treatment of canine atopic dermatitis: 2015 updated guidelines. BMC Veterinary Research, 11, 210.
Souza, C. P., & Marsella, R. (2022). The use of lokivetmab in the treatment of canine atopic dermatitis. Frontiers in Veterinary Science, 9, 909776.
Hobi, S., Linek, M., Marignac, G., Olivry, T., Beco, L., Nett, C., ... & Favrot, C. (2011). Clinical characteristics and causes of pruritus in cats: A multicentre study on feline hypersensitivity-associated dermatoses. Veterinary Dermatology, 22(5), 406–413.




